Er was eens een dag die nergens haast mee had.
De ochtend begon stil. Geen drukte, geen plannen die om aandacht riepen. Alleen het zachte licht dat langzaam de kamer binnenviel, alsof het niemand wakker wilde maken.
Aan de keukentafel zat iemand met een kop koffie. Niet om iets te doen, niet om iets op te lossen—maar gewoon om er even te zijn. De damp kringelde omhoog en verdween, zonder dat iemand zich afvroeg waarheen.
Buiten bewoog de wereld zoals altijd. Mensen gingen ergens naartoe, gedachten liepen vooruit op wat nog moest komen. Maar daar, aan die tafel, bleef de tijd even liggen.
Er werd gedacht aan gisteren, heel even.
En aan morgen, ook maar kort.
Maar geen van beide bleef lang genoeg hangen om zwaar te worden.
Want deze dag vroeg niets.
Geen perfectie.
Geen antwoorden.
Geen snelheid.
Alleen dit moment.
En misschien, heel misschien, was dat precies genoeg.